Verdenking van ringrot in Flevoland

In de toetsing van Oogst 2010 verdenkt de nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) twee bedrijven in Flevoland van een ringrotbesmetting. Het traceringsonderzoek dat nu plaatsvindt geeft uitsluitsel of het daadwerkelijk om ringrot gaat. De eerste definitieve uitslagen zijn op z'n vroegst over twee weken bekend. Tevens onderzoekt de nVWA of de mogelijke besmetting zich verder heeft verspreid en wat de bron is. Een van de twee bedrijven vermeerdert niet alleen pootaardappels, maar snijdt ook pootgoed voor derden. Dit bevestigt het eerder gesignaleerde risico, dat teelt van pootgoed slecht samengaat met dienstverlening aan aardappelpartijen van derden.
Pootaardappelen die in contact komen met materialen die eerder in contact zijn geweest met aardappelen van derden, lopen het grootste risico op een ringrotbesmetting. Dit blijkt uit ringrotvondsten van de afgelopen jaren in Nederlandse pootaardappelen. De nVWA adviseert pootgoedtelers om te zorgen voor een goede scheiding tussen teelt en verwerking van eigen pootaardappelen en partijen aardappelen van derden. Het snijden van pootaardappelen vormt een tweede belangrijke risicofactor voor het opbouwen van een hoog besmettingsniveau van een partij en verspreiding naar andere partijen. De nVWA adviseert telers om geen pootgoed te snijden.

Groot risico op verspreiding
Ringrot wordt veroorzaakt door de bacterie Clavibacter michiganensis subsp sepedonicus. Deze bacterie kan jarenlang in opgedroogd bacterieslijm op uiteenlopende materiaal blijven leven. Hout van kisten, die voor de opslag van pootaardappelen worden gebruikt, vormt de grootste risicofactor. Het grote risico voor verspreiding ontstaat door contact tussen partijen pootgoed en materialen die in contact zijn geweest met consumptieaardappelen van onbekende herkomst, zoals machines, opslagvoorzieningen en andere hulpmiddelen.

De combinatie van pootaardappelteelt en -verwerking en dienstverlening voor derden voor de consumptieaardappelteelt en -verwerking is zeer riskant. Bij deze combinatie komen partijen consumptieaardappelen van uiteenlopende herkomsten indirect via voorwerpen in contact met pootaardappelen. De ervaring leert dat dit risico het grootst is bij:

1) Transport van pootaardappelen in bulkwagens, waarmee ook consumptieaardappelen worden vervoerd;

2) Opslag en sorteerwerkzaamheden van consumptieaardappelen op bedrijven waar ook pootaardappelen worden opgeslagen en verwerkt. Met name het gebruik van dezelfde kisten voor opslag van pootaardappelen en consumptieaardappelen is zeer risicovol.

bron: nVWA, 12 november 2010